Onze begaafde en hoogbegaafde leerlingen bieden wij passend onderwijs aan.

Zij werken 4 ochtenden per week aan het reguliere programma. We compacten hierbij de leerstof. Mocht er tijd over zijn, dan kunnen de kinderen nog veel meer leren door de verrijkingsmaterialen. In de loop van het schooljaar 2017-2018 zullen er steeds meer opdrachten vanuit de lessen met het programma 'Brood en Beleg' kunnen worden gemaakt.  

Daarnaast krijgen deze leerlingen één ochtend per week een ruim verrijkingsaanbod. We werken daarbij met de methode van 'Brood en Beleg'.

Deze verrijking wordt niet als zelfstandig werkmateriaal aangeboden, maar in een heterogene groep wordt de leerstof top-down aangeboden en met elkaar verwerkt.

Het leren leren staat centraal in het ochtendprogramma. Maar dan is elke leerling anders. Heeft zijn eigen leerdoelen en zijn eigen onderwijsbehoeften. Er worden coachingsgesprekken met de leerlingen gevoerd.

Wij streven bij alle meer- en hoogbegaafde leerlingen naar het succesvolle lerende type leerlingen.

Kenmerken van (hoog)begaafde leerlingen

Hoge intelligentie

(Hoog)begaafde leerlingen beschikken over hoge intellectuele capaciteiten. Een hoge score op een intelligentietest (IQ > 130) of hoge prestaties op andere test is hiervan een indicatie.

Vroege ontwikkeling

(Hoog)begaafde leerlingen zijn geestelijk vroegrijp en worden gekenmerkt door een ontwikkelingsvoorsprong. Zij kunnen meestal op vroege leeftijd al lezen, praten, schrijven en hebben een vroege ontwikkeling van getalbegrip. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk leerstof uit hogere leerjaren eigen maken. Ook stellen zij op jonge leeftijd al levensbeschouwelijke vragen en denken zij al vroeg na over de zin van het leven.

Uitblinken op één of meerdere gebieden

Een bijzondere begaafdheid kan tot uitdrukking komen in motorische, sociale, artistieke en intellectuele vaardigheden. Vaak treden deze begaafdheidsvormen gecombineerd op en blinken (hoog)begaafde leerlingen uit in meerdere gebieden, zoals bijvoorbeeld in taal en wiskunde. (Hoog)begaafde leerlingen hebben op taalgebied een grote woordenschat en vertonen een zeer goed en adequaat woordgebruik.

Gemakkelijk kunnen leren

(Hoog)begaafde leerlingen hebben over het algemeen een zeer goed geheugen en kunnen hierdoor goed informatie onthouden en verwerken. Zij begrijpen nieuwe leerstof dan ook aanzienlijk sneller dan gemiddelde leerlingen en zijn daardoor sneller klaar met opdrachten en huiswerk. Hierdoor hebben zij vaak een leertempo dat beduidend hoger is dan het tempo van de gemiddelde leerling.

Goed leggen van (causale) verbanden

(Hoog)begaafde leerlingen kunnen gemakkelijk (causale) verbanden leggen en hebben hierover een goed overzicht.

Het makkelijk kunnen analyseren van problemen

(Hoog)begaafde leerlingen zijn snelle probleemanalyseerders. Zij kunnen snel vaststellen wat de aard van een probleem is. Daarnaast zijn (hoog)begaafde leerlingen vaak vindingrijk in het ontwikkelen van eigen oplossingsmethoden. Dit kan soms problemen opleveren als zij zich een verkeerde oplossingsmethode hebben aangeleerd, omdat zij deze methode moeilijk weer los kunnen laten.

Het maken van grote denk-sprongen

Een (hoog)begaafde leerling maakt grotere leerstappen en heeft daarom minder tijd nodig.

Voorkeur voor abstractie

(Hoog)begaafde leerlingen kunnen goed abstract denken. Zij generaliseren gemakkelijker dan hun andere klasgenoten en hebben een goed overzicht van de kennisgehelen. Zij hebben geen behoefte aan concretisering van de lesstof door het gebruik van voorbeelden.

Hoge mate van zelfstandigheid

(Hoog)begaafde leerlingen willen liever niet geholpen worden en geven de voorkeur aan zelfstandig werken. Bij het werken in groepsverband vertoont de (hoog)begaafde leerling veel initiatief en neemt hij/zij vaak de leiding. Bovendien wil de leerling dingen graag op zijn/haar eigen wijze doen, zoals het zelf bedenken van een methode voor het uitrekenen van sommen.

Brede of juist specifieke interesse / hoge motivatie / veel energie

Het is belangrijk dat het onderwerp van de opdracht de leerling interesseert. Bij (hoog)begaafde leerlingen is namelijk het kunnen een voorwaarde, maar het willen van even groot belang. Als het onderwerp aansluit bij de interesse van de leerling, dan is motivatie verzekerd. Er is aangetoond dat talent pas doorzet als de leerlingen plezier beleven aan de (leer)activiteiten. Een kenmerk van (hoog)begaafde leerlingen is dat zij zeer leergierig zijn. Als een onderwerp de leerling interesseert dan pluist hij het onderwerp vaak tot op de bodem uit. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als een (hoog)begaafde leerling geen interesse heeft voor een bepaald onderwerp, dan kan hij moeilijk de motivatie opbrengen om zich erin te verdiepen.

Creatief/origineel

In de opdrachten laten (hoog)begaafde leerlingen vaak zien dat zij originele en creatieve ideeën en/of oplossingen hebben. Zij maken onverwachte zijsprongen en hebben grote verbeeldingskracht.

Perfectionistisch

(Hoog)begaafde leerlingen zijn perfectionistisch

Onderpresteerders

(Hoog)begaafde leerlingen beschikken over de potentie om hoge prestaties te leveren. Toch komt dit niet altijd tot uiting. Kennis van mogelijke kenmerken van (hoog)begaafde onderpresteerders is daarom van belang ten behoeve van de signalering van deze leerlingen.

Wetende dat (hoog)begaafde leerlingen goed en snel kunnen leren, verwacht je eigenlijk dat er op school weinig tot geen problemen zullen optreden. Dat geldt echter niet voor alle (hoog-)begaafde leerlingen. Omdat zij in het huidige onderwijs vaak niet op niveau worden aangespro-ken, lopen ze een groot risico om gedemotiveerd te raken, met gedragsproblemen en onderpresteren als gevolg (Doornekamp, Drent en Bronkhorst, 1999). Het is dan ook belangrijk deze leerlingen zo snel mogelijk te signaleren, zodat deze problemen zoveel mogelijk voorkomen en opgelost kunnen worden.

Door verschillende auteurs zijn kenmerken van deze zogenaamde (hoog)begaafde onderpresteerders beschreven. Deze eigenschappen zijn geclusterd en op een rij gezet. Een overzicht van deze eigenschappen, de manier waarop ze zijn geclusterd en de bronnen van waaruit de vermelde eigenschappen zijn beschreven vindt u hieronder beschreven.

Kenmerken van (hoog)begaafde onderpresteerders

Grote en uitzonderlijke kennis

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak kennis die nog niet in de groep is behandeld en een grote algemene ontwikkeling.

Grote interesse

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben op veel gebieden belangstelling en ze houden ervan om dingen te onderzoeken, bijvoorbeeld door in hun vrije tijd veel te lezen of op een andere manier informatie te verzamelen. Als een onderwerp (dat vaak wat moeilijker is) hun interesse heeft, begrijpen en onthouden ze veel.

Wisselend schoolwerk (bekijken in relatie tot kenmerk 7)

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen laten vaak wisselend schoolwerk zien: afnemende prestaties (zie kenmerk 7) maar bij ingewikkelde vragen juist wel het goede antwoord weten, mondeling beter presteren dan schriftelijk en beter uit de verf komen bij individueel onderwijs op maat dan bij het regulier groepsonderwijs.

Positief thuiswerk

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen werken thuis vaak verder aan zelfgekozen schoolprojecten en ontwikkelen thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten.

Grote verbeelding

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een levendige, grote verbeelding en zijn creatief.

Hoge mate van sensitiviteit

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen geven vaak blijk van een enorme sensitiviteit: ten opzichte van zichzelf, maar ook van anderen.

Afnemende schoolprestaties (bekijken in relatie tot kenmerk 3)

Opvallend is dat de schoolprestaties van onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen afnemen; ze presteren (vooral in schriftelijk werk) beneden niveau, in elk geval beneden hun eigen niveau, maar soms zelf ook beneden groepsniveau. Vaak schrijven ze slordig, houden ze niet van instampen en inprenten, missen ze leerinhouden en instructiemomenten en zijn ze slechts selectief enthousiast: wel voor nieuwe onderwerpen, niet voor uitwerkingen.

Negatief gedrag

In de klas vertonen onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen vaak negatief gedrag; ze zijn lastig en onaangepast, vragen steeds om aandacht, vervelen zich, dromen weg en wijzen pogingen van de leraar om zich aan de groepsnormen te conformeren, af.

Haperende sociaal-emotionele ontwikkeling

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak ontevreden over zichzelf en de verrichte werkzaamheden, vermijden nieuwe activiteiten uit angst voor mislukking, hebben minderwaardigheidsgevoelens, zijn wantrouwend of onverschillig en doen niet graag mee aan groepsactiviteiten, zijn minder populair bij leeftijds-genootjes en zoeken vriendjes onder gelijkgestemden.

Geringe taakgerichtheid

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak weinig taakgericht. Ze hebben een laag werktempo, hebben hun huiswerk vaak niet af, stellen zichzelf onrealistische doelen, zijn snel afgeleid, vergeetachtig en/of impulsief, hebben geen duidelijk leertraject voor ogen, hebben een korte spanningsboog, voelen zich hulpeloos, willen niet geholpen worden en willen zelfstandig zijn.

Negatieve houding

Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een wisselende motivatie, hebben een hekel aan routine, verzetten zich tegen autoriteit, nemen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen daden en staan onverschillig of afwijzend tegenover de school.