okt 12, 2017

Boekbespreking


Na de herfstvakantie starten we met de boekbesprekingen. Uw zoon/dochter moet zich hiervoor zelf inschrijven op de lijst in de klas.

De inhoud van de boekbespreking en waar deze aan moet voldoen staat hieronder.

Boekbespreking groep 8

 

Wat moet je allemaal vertellen?

  1. De titel van het boek.

  2. Wie de auteur is en wat je allemaal over hem/haar weet ( informatie over auteurs kun je vinden in de bibliotheek en op internet).

  3. Welke boeken deze auteur nog meer heeft geschreven. Heb je ze bij je, laat ze dan even zien.

  4. Wie de illustrator is.

  5. Wie de uitgever van het boek is.

  6. Of het boek in het Nederlands is geschreven of vertaald.

  7. Waarom je het boek hebt gekozen om te gaan lezen en om over te vertellen;

  8. Wie de hoofdpersonen zijn (dit kunnen mensen maar ook dieren zijn); vertel hoe ze zijn: aardig, gemeen, raar, geniepig, enzovoort.

  9. Waar het verhaal zich afspeelt (in Zoetermeer, in een ver land, op school, op de camping enzovoort).

  10. Wanneer het verhaal zich afspeelt ( nu, vroeger, heel lang geleden, ’s nachts, in de zomer enzovoort).

  11. De inhoud van het boek; gebruik hiervoor ongeveer drie minuten en let er op dat je niet verklapt hoe het verhaal afloopt!

  12. Lees een kort fragment uit je boek (niet meer dan één bladzijde). Vertel heel kort wat er aan dat fragment in het boek voorafgaat en lees dan het fragment voor. Natuurlijk kies je een mooi, spannend, leuk stuk uit je boek.
    Let bij het voorlezen op: verstaanbaarheid, tempo, op toon lezen, punten en komma’s, en eventueel stemmetjes.

  13. Wat je zelf van het verhaal/boek vindt (eng, leuk, grappig, zielig, spannend, stom enzovoort).

 

 

Waar let de juf op?

  • Op je voorbereiding à Weet je goed wat je gaat vertellen? Is het duidelijk dat je het boek gelezen hebt en er iets over kan vertellen?

  • Op je verhaal in de klas à Hoe duidelijk is het voor de luisteraar?

  • Op de manier van voorlezen à Verstaanbaarheid, tempo, op toon, punten en komma’s en stemmetjes.

  • Op de manier van presenteren à Verstaanbaarheid, de kinderen aankijken, vertellen en niet voorlezen, enthousiasme voor het boek, de vorm van je presentatie (je mag zelf de vorm kiezen).

  • Tijd à Het mag niet langer dan 10 minuten duren.