nov 3, 2017

Werkstuk en spreekbeurt informatie


Hieronder vindt u de informatie voor het maken van het werkstuk en de spreekbeurt in groep 8. Dit pakketje krijgen de kinderen ook mee naar huis om zich goed te kunnen voorbereiden.

Het eerste werkstuk moet uiterlijk 21 december ingeleverd zijn. De kinderen hebben zich ingeschreven voor de spreekbeurt. Deze vinden plaats tussen 6 december en 21 december.

 

Stappenplan voor het maken van een spreekbeurt & werkstuk groep 8

Stap 1: Kies een onderwerp

Je kiest een onderwerp waarover je nog geen spreekbeurt of werkstuk over hebt gedaan. Hieronder vind je wat inspiratie, maar iets anders mag uiteraard ook. Twijfel je over je onderwerp, overleg dan even met je ouders en/of met de juf.

Hobby's of verzamelingen

Maak een spreekbeurt over één van je hobby's of verzamelingen. Jij weet daar vaak al heel veel van af!

hobby's of verzamelingen

 

Sport

Vertel iets over de sport die je leuk vindt of over de sport waar jezelf bij bent.

sport

Muziekinstrument

Als je op muziekles zit, kun je een spreekbeurt houden over het instrument dat je bespeelt.

muziek

Beroep

Je kunt je spreekbeurt houden over het beroep van iemand van de familie.

beroepen

Eten en drinken

Alles wat maar met eten en drinken te maken heeft kun je gebruiken. Denk ook aan snoep of frisdrank.

eten en drinken

Dieren

Maak een spreekbeurt / werkstuk van je favoriete dier.

dieren

Bekende personen van nu of uit de geschiedenis

Bijvoorbeeld: schilders of zeehelden

vincent van gogh

Geschiedenis-
onderwerpen

Het kan over kastelen gaan of kinderarbeid

geschiedenis

Aardrijkskundige onderwerpen

Je kan vertellen over vulkanen of het land waar je vandaan komt.

de aarde en het heelal       landen

 

Natuurkundige onderwerpen

Denk aan elektriciteit of magneten of iets technisch zoals de telefoon

techniek

Hulporganisaties

Bijvoorbeeld: Dierenbescherming

hulp aan mensen en dieren

Stap 2: Bedenk wat je al weet

Probeer in één woord op te schrijven waar jouw spreekbeurt over gaat, dit is het onderwerp.

Maak een woordspin over jouw onderwerp. Schrijf in het midden van een vel papier het onderwerp.

Daaromheen schrijf je allemaal woorden die te maken hebben met jouw onderwerp.

Van sommige woorden weet je nog meer:     

Zoogdieren:
- worden levend geboren
- drinken melk bij hun moeder
- hebben hulp nodig na de geboorte

Stap 3: Bedenk wat je wilt vertellen

Verzin minimaal drie vragen over jouw onderwerp. Schrijf de vragen ook op. Deze ga je in je werkstuk beantwoorden. Zorg dat je een open vraag stelt (een vraag die je niet met ja of nee kan beantwoorden, maar die je juist meer informatie geeft). Goede vragen starten met vraagwoorden: waarom, hoe, wat, waar, wanneer.

Zoek vragen waarvan je het antwoord echt graag wil weten, die motiveert je om verder te zoeken naar antwoorden.

Stap 4: Maak hoofdstukken

  • Bekijk je woordspin en je vragen.
  • Orden je vragen en woorden. Je kunt bijvoorbeeld de woorden en vragen die bij elkaar horen dezelfde kleur geven. Nu heb je de verschillende hoofdstukken.
  • Bedenk titels voor jouw hoofdstukken.
  • Zet jouw hoofdstukken in een logische volgorde.

Stap 5: Zoek informatie

Hoe kom je aan goede informatie?

Stap 6: Schrijf de informatie op

Voor je werkstuk schrijf je alle informatie netjes uit.

Voor je spreekbeurt maak je hiervan een spiekbriefje met hierop belangrijke woorden uit jouw verhaal.

Denk eraan te vermelden waar je je informatie vandaan hebt! ‘internet’ is geen bron, maar https://wikikids.nl/Pyrenee%C3%ABn wel. Dit internetadres vind je bovenaan in de zoekbalk. Dit is ook vooral handig als je nog meer informatie wil vinden, of informatie kwijt bent geraakt. Zet dit meteen in je bronvermelding! Vermeld ook welke boeken je gebruikt hebt en wie deze heeft geschreven.

Stap 7: Verzamel materialen

Werkstuk: Zoek plaatjes en foto’s die je verhaal duidelijker maken, je mag ook het digibord gebruiken

Je kan zelf tekeningen maken. Zorg dat het plaatje een meerwaarde heeft, dus dat het je verhaal duidelijker en iets met het onderwerp te maken heeft, en niet alleen leuk is om naar te kijken.

Spreekbeurt: Zoek materialen die je wil laten zien. Het is leuk als je echte spullen mee kan nemen om te laten zien, maar dit is niet verplicht.

Stap 8: Reflectie

Doe een spellingscheck op je computer. Daarna is het verstandig om je werkstuk door iemand anders te laten nalezen. Deze persoon kan extra letten op spellingsfouten en of je zinnen wel goed lopen. Vraag dit aan iemand die dit goed kan (bijvoorbeeld één van je ouders of een oudere broer/zus).

Nadat je tips hebt gekregen, pas je alles voor de laatste keer aan en lees je het zelf nog eens door voordat je het gaat uitprinten.

Stap 9: Afronding

Zorg dat je werkstuk in een net mapje zit en er netjes verzorgd uitziet. Op school kun je in zwart-wit printen als dit thuis niet mogelijk is. Zorg voor een mooie kaft en gebruik overal hetzelfde lettertype, dat leest fijn. Zorg daarbij dat het lettertype fijn is om te lezen, hoe gekker hoe moeilijker het te lezen is.

Stap 10: Oefen hardop

Oefen eerst je spreekbeurt een keer hardop voor jezelf. Ga dan voor de spiegel staan en oefen nog een keer hardop. Vraag daarna je vader, moeder, broer, zus of vriend om naar jouw spreekbeurt te luisteren. Vraag ook of ze je tops en tips willen geven zodat je op school goed weet waar je nog op wil letten.

Stap 11: Houd de spreekbeurt

Zorg dat je je spreekbeurt op een USB-stick of cd-rom hebt. Werk je met Prezi, zorg dan van te voren dat je je inlognaam en wachtwoord hebt en controleer of het goed werkt.
Leg je spullen klaar (tijdens de pauze bijvoorbeeld) en houd de spreekbeurt. Zorg ervoor dat je van tevoren checkt of alles werkt. De spreekbeurt moet tussen de 10 en 15 minuten duren.

Kijk hierbij goed de klas in en gebruik een spiekbriefje. Zet niet teveel tekst op het scherm, dan lezen de kinderen dit in plaats van dat ze naar jou luisteren.

Waar let de juf op bij het werkstuk? 

  1. Heb je drie vragen beantwoord?
  2. Hoe ziet het geheel eruit (netjes, lettertype, kaft)
  3. Taalgebruik, spelling, goed lopende zinnen, hoofdletters.
  4. Heb je goede informatie verwerkt waar jij (en de lezer) iets van leert?
  5. Zit het volgende erin?
    1. Kaft
    2. Inhoudsopgave
    3. Inleiding (Waarom heb je het onderwerp gekozen)
    4. Minimaal drie hoofdstukken
    5. Slotwoord (Wat vond je ervan, wat heb je geleerd)
    6. Bronvermelding

Waar let de juf op bij de spreekbeurt?

  1. Voorbereiding (Staat alles klaar, doet alles het, materiaal bij je, digibord gebruikt)
  2. De indeling (op volgorde, duidelijk, passend bij je onderwerp)
  3. De inhoud (goede en betrouwbare informatie, nieuwe informatie, bronvermelding)
  4. Je spiekbrief (alleen steekwoorden)
  5. Je presentatievaardigheden (klas inkijken, vertellen niet voorlezen, rustig praten, goed verstaanbaar spreken)
  6. De presentatie (steekwoorden, interessante afbeeldingen, indeling)
  7. De tijd (tussen de 10 en 15 minuten)
  8. De vragen (weet je antwoorden, vraag je of er vragen zijn)

Tips:

  • Begin op tijd.
  • Zorg dat je met het zoeken op internet je doel in de gaten blijft houden. Zorg dat je niet teveel van je onderwerp afdwaalt. Of stel voor jezelf een tijdslimiet, bijvoorbeeld 10 minuten voor een bepaald onderwerp. Wat je dan gevonden hebt, daar ga je mee verder. Zo blijf je zelf goed gefocust.
  • Gebruik overal hetzelfde lettertype en dezelfde grootte voor de letters. Gebruik een simpel lettertype dat duidelijk te lezen is.
  • Oefen je spreekbeurt ook een keer met een klok. Dan weet je hoelang je spreekbeurt duurt. Probeer ongeveer 10 minuten lang te vertellen …
  • Tip: Neem rustig de tijd om dingen te laten zien.
  • Lees niet te veel op en kijk de klas rond.

Succes!