dec 19, 2017

Werkstuk en presentatie 2


Hieronder vinden jullie de informatie met betrekking tot de tweede spreekbeurt en het werkstuk. Er is niet veel veranderd.

Wel moeten de kinderen per vraag, twee subvragen stellen & moeten ze iets doen met de feedback die ze ontvangen hebben op hun eerste werkstuk/spreekbeurt en boekbespreking.

De kinderen krijgen deze informatie vandaag op papier mee naar huis.

Werkstuk en spreekbeurt 2                            groep 8 2017-2018

 

Stappenplan voor het maken van een spreekbeurt & werkstuk in groep 8.

 

Stap 1: Kies een onderwerp

Je kiest een onderwerp waarover je nog geen spreekbeurt of werkstuk over hebt gedaan. Hieronder vind je wat inspiratie, maar iets anders mag uiteraard ook. Twijfel je over je onderwerp, overleg dan even met je ouders en/of met de juf. Kies een onderwerp dat nog niet door je klasgenoten is gedaan.

Bijvoorbeeld:

Hobby's of verzamelingen
Maak een spreekbeurt over één van je hobby's of verzamelingen. Jij weet daar vaak al heel veel van af!

Sport
Vertel iets over de sport die je leuk vindt of over de sport waar jezelf bij bent. Probeer hierbij iets meer achtergrond informatie te geven zodat de kinderen echt iets nieuws leren.

Muziekinstrument
Als je op muziekles zit, kun je een spreekbeurt houden over het instrument dat je bespeelt.

Beroep
Je kunt je spreekbeurt houden over het beroep van iemand van de familie of over een beroep dat je later graag zou willen hebben.

Eten en drinken
Alles wat maar met eten en drinken te maken heeft kun je gebruiken.

Dieren
Maak een spreekbeurt / werkstuk van je favoriete dier. Hier weten kinderen in groep 8 vaak al veel van, dus zorg dat je een bijzonder dier kiest of echt aanvullende informatie geeft waar de klas iets van leert.

Bekende personen van nu of uit de geschiedenis
Bijvoorbeeld:

Schilders of zeehelden zoals: Vincent van Gogh
Beroemde zangers/zangeressen: Ed Sheeran, Beyoncé
Uitvinders, presidenten, Koningen, etc.

Geschiedenisonderwerpen
Het kan over kastelen gaan of kinderarbeid

Aardrijkskundige onderwerpen
Je kan vertellen over vulkanen of het land waar je vandaan komt.De aarde en het heelal. Of juist over een specifiek land, denk hierbij aan een land waar je op vakantie bent geweest, of waar je ooit graag naartoe zou willen.  

Natuur & techniek onderwerpen
Denk aan elektriciteit of magneten of iets technisch zoals de telefoon.

Hulporganisaties
Bijvoorbeeld: Dierenbescherming, Unicef, Make a wish, etc.

 

Stap 2: Bedenk wat je al weet

Probeer in één woord op te schrijven waar jouw spreekbeurt over gaat, dit is het onderwerp. Maak een woordspin over jouw onderwerp. Schrijf in het midden van een vel papier het onderwerp. Daaromheen schrijf je allemaal woorden die te maken hebben met jouw onderwerp. Van sommige woorden weet je nog meer:    

Bijvoorbeeld:
Zoogdieren:
- worden levend geboren
- drinken melk bij hun moeder
- hebben hulp nodig na de geboorte

 

Stap 3: Bedenk wat je wilt vertellen

Bedenk wat je nog wil weten over je onderwerp. Je stelt hierover minimaal drie vragen. Schrijf de vragen ook op. Deze ga je in je werkstuk beantwoorden. Zorg dat je een open vraag stelt (een vraag die je niet met ja of nee kan beantwoorden, maar die je juist meer informatie geeft). Goede vragen starten met vraagwoorden: waarom, hoe, wat, waar, wanneer. Zoek vragen waarvan je het antwoord echt graag wil weten, die motiveert je om verder te zoeken naar antwoorden.

Probeer bij je vragen ook subvragen te bedenken, deze subvragen zijn deel van je hoofdvragen en beantwoorden zo je hoofdvragen. Zo krijg je wat meer informatie en wordt je vraag completer beantwoord. Bedenk bij elke vraag, twee subvragen.

Bijvoorbeeld:

  1. Hoe wordt chocolade gemaakt?
    1. Waarvan wordt het gemaakt

    2. Hoe wordt het verwerkt tot chocolade

  2. Welke soorten chocolade zijn er?
    1. Zijn er verschillen in hoe deze soorten gemaakt worden?

    2. Welke smaken zijn het meest populair

  3. Waar komt chocolade vandaan?
    1. Wie heeft het ‘uitgevonden’ of ontdekt?

    2. Waarom komt het juist hier vandaan?

    3. Hoe is het in Nederland gekomen?

 

Stap 4: Maak hoofdstukken

Bekijk je woordspin en je vragen.

Orden je vragen en woorden. Je kunt bijvoorbeeld de woorden en vragen die bij elkaar horen dezelfde kleur geven. Nu heb je de verschillende hoofdstukken.

Bedenk titels voor jouw hoofdstukken.

Zet jouw hoofdstukken in een logische volgorde.

 

Stap 5: Zoek informatie

Hoe kom je aan goede informatie?

  • Je kunt met mensen gaan praten die er meer vanaf weten.

  • Leen een mini-informatie boekje van de juf

  • Zoek in de bibliotheek; (encyclopedie, informatieboekje of een verhaal dat met je onderwerp te maken heeft)

  • Tijdschriften over jouw onderwerp

  • Zoek op het internet

    Goede sites zijn bijvoorbeeld:

 

Stap 6: Schrijf de informatie op

Voor je werkstuk schrijf je alle informatie netjes uit.

Voor je spreekbeurt maak je hiervan een spiekbriefje met hierop belangrijke woorden uit jouw verhaal.

Denk eraan te vermelden waar je je informatie vandaan hebt! ‘internet’ is geen bron, maar https://wikikids.nl/Pyrenee%C3%ABn wel. Dit internetadres vind je bovenaan in de zoekbalk. Dit is ook vooral handig als je nog meer informatie wil vinden, of informatie kwijt bent geraakt. Zet dit meteen in je bronvermelding! Vermeld ook welke boeken je gebruikt hebt en wie deze heeft geschreven.

 

Stap 7: Verzamel materialen

Werkstuk: Zoek plaatjes en foto’s die je verhaal duidelijker maken.
Je kan zelf tekeningen maken. Zorg dat het plaatje een meerwaarde heeft, dus dat het je verhaal duidelijker en iets met het onderwerp te maken heeft, en niet alleen leuk is om naar te kijken.

Spreekbeurt: Zoek materialen die je wil laten zien. Het is leuk als je echte spullen mee kan nemen om te laten zien, maar dit is niet verplicht.

 

Stap 8: Reflectie

Doe een spellingscheck op je computer. Daarna is het verstandig om je werkstuk door iemand anders te laten nalezen. Deze persoon kan extra letten op spellingsfouten en of je zinnen wel goed lopen. Vraag dit aan iemand die dit goed kan (bijvoorbeeld één van je ouders of een oudere broer/zus).

Nadat je tips hebt gekregen, pas je alles voor de laatste keer aan en lees je het zelf nog eens door voordat je het gaat uitprinten.

 

Stap 9: Afronding

Zorg dat je werkstuk in een net mapje zit en er netjes verzorgd uitziet. Op school kun je in zwart-wit printen als dit thuis niet mogelijk is. Zorg voor een mooie kaft en gebruik overal hetzelfde lettertype, dat leest fijn. Zorg daarbij dat het lettertype fijn is om te lezen, hoe gekker hoe moeilijker het te lezen is.

 

Stap 10: Oefen hardop

Oefen eerst je spreekbeurt een keer hardop voor jezelf. Ga dan voor de spiegel staan en oefen nog een keer hardop. Vraag daarna je vader, moeder, broer, zus of vriend om naar jouw spreekbeurt te luisteren. Vraag ook of ze je tops en tips willen geven zodat je op school goed weet waar je nog op wil letten.

Stap 11: Houd de spreekbeurt

Zorg dat je je spreekbeurt op een USB-stick of cd-rom hebt. Werk je met Prezi, zorg dan van te voren dat je je inlognaam en wachtwoord hebt en controleer of het goed werkt.

Leg je spullen klaar (tijdens de pauze bijvoorbeeld) en houd de spreekbeurt. Zorg ervoor dat je van tevoren checkt of alles werkt. De spreekbeurt moet tussen de 10 en 15 minuten duren.

Kijk hierbij goed de klas in en gebruik een spiekbriefje. Zet niet teveel tekst op het scherm, dan lezen de kinderen dit in plaats van dat ze naar jou luisteren.

Zorg dat je iets doet met de feedback die je gekregen hebt voor je vorige spreekbeurt/boekbespreking/werkstuk. Hier kun je altijd iets mee doen.

 

Waar let de juf op bij het werkstuk?

1. Heb je drie vragen en de subvragen beantwoord?

2. Hoe ziet het geheel eruit (netjes, lettertype, kaft)

3. Taalgebruik, spelling, goed lopende zinnen, hoofdletters.

4. Heb je goede informatie verwerkt waar jij (en de lezer) iets van leert?

5. Zit het volgende erin?

     1. Kaft

     2. Inhoudsopgave

     3. Inleiding (Waarom heb je het onderwerp gekozen)

     4. Minimaal drie hoofdstukken met per vraag, twee subvragen

5. Slotwoord (Wat vond je ervan, wat heb je geleerd)

6. Bronvermelding

 

 

Waar let de juf op bij de spreekbeurt?

1. Voorbereiding (Staat alles klaar, doet alles het, materiaal bij je, digibord gebruikt)

2. De indeling (op volgorde, duidelijk, passend bij je onderwerp)

3. De inhoud (goede en betrouwbare informatie, nieuwe informatie,

4. Bronvermelding (Benoem je wat je bronnen zijn?)

5. Je spiekbrief (alleen steekwoorden)

6. Je presentatievaardigheden (klas inkijken, vertellen niet voorlezen, rustig praten, goed verstaanbaar spreken)

7.De presentatie (steekwoorden, interessante afbeeldingen, indeling)

8.De tijd (tussen de 10 en 15 minuten)

9. De vragen (weet je antwoorden, vraag je of er vragen zijn)

 

Tips:

  • Begin op tijd.

  • Zorg dat je met het zoeken op internet je doel in de gaten blijft houden. Zorg dat je niet teveel van je onderwerp afdwaalt. Of stel voor jezelf een tijdslimiet, bijvoorbeeld 10 minuten voor een bepaald onderwerp. Wat je dan gevonden hebt, daar ga je mee verder. Zo blijf je zelf goed gefocust.

  • Gebruik overal hetzelfde lettertype en dezelfde grootte voor de letters. Gebruik een simpel lettertype dat duidelijk te lezen is.

  • Oefen je spreekbeurt ook een keer met een klok. Dan weet je hoelang je spreekbeurt duurt. Probeer ongeveer 10 minuten lang te vertellen …

  • Neem rustig de tijd om dingen te laten zien.

  • Lees niet te veel op en kijk de klas rond.