nov 16, 2018

Ouderbrief Lijn 3 thema 5


Wij starten nu met thema 5. Het vijfde thema van Lijn 3 heet 'Mijn Lijf'.

Wij starten nu met thema 5. Het vijfde thema van Lijn 3 heet 'Mijn Lijf'. Jonge kinderen zijn vaak heel nieuwsgierig naar hoe hun eigen lijf functioneert en stellen daarover de gekste vragen. Dat levert vaak leuke gesprekken op! In dit thema gaan we in op de volgende vragen:
• Hoe wordt poep gemaakt?
• Waarom klopt je hart?
• Hoe kun je verschillende smaken proeven?
• Waarom zweten mensen of hebben ze kippenvel?
• Waardoor kun je je lijf bewegen?

Woordenschat
Met Lijn 3 leren de kinderen meer dan lezen alleen: we werken bijvoorbeeld ook aan het vergroten van de woordenschat. We leren kinderen nieuwe woorden die ze nog niet kunnen lezen, maar wel begrijpen. Die woorden hebben ze nodig om later (in groep 4 en verder) teksten te kunnen lezen en begrijpen.
In thema 5 leren de kinderen de woorden: de ader, het afval, de blindedarm, de (dikke) darm, het gas (darmen), de hersenen, de kinderafdeling, de long, de maag, de narcose, de nier, de ontlasting, de operatiekamer, de opname, de röntgenafdeling, de röntgenstralen, het skelet, de slokdarm, het speeksel, de spoedeisende hulp, het spoedgeval, de urine, de verpleegafdeling, het vocht, afkoelen, herstellen, klappertanden, opknappen (beter worden), opwarmen (je lichaam), transpireren, bloedheet, dringend, hoe eerder hoe beter, met spoed, onder het mes gaan, steenkoud, verplicht, vrijwillig.

Deze woorden komen voor in het verhaal dat wordt voorgelezen uit het themaprentenboek. Er zijn ook themafilmpjes die we laten zien op het digibord.
In die filmpjes worden de woorden uitgelegd, zodat de kinderen de betekenissen gaan begrijpen.
Leest u uw kind thuis voor? Dan helpt u ook mee aan het vergroten van de woordenschat van uw
kind. Kinderen die regelmatig thuis worden voorgelezen, leren snel veel nieuwe woorden. En
voorlezen is ook nog eens heel gezellig! Wij raden u dan ook van harte aan om uw kind regelmatig voor te lezen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Spelletje om thuis te spelen: wat ben ik?
Oefenen met woordenschat en taal kan ook op een speelse manier, met het volgende bekende
spelletje. Neem een dier in gedachten. De ander moet raden welk dier het is door het stellen van
vragen. Je mag alleen met 'ja' of 'nee' antwoorden. Wie raadt het?