Ateliers werkwijze

Vanaf januari 2016 werkt De Viersprong in ateliers. Onze eerste evaluatie met kinderen en docenten is bijzonder succesvol. We voelen ons enorm gesteund door alle ouders.

's Middags werken de kinderen in vakateliers met leerkrachten of vakdocenten aan projecten vanuit een overkoepelend thema. Alle kinderen leren de basiskennis van alle onderstaande ateliers. Hierbij zijn de kerndoelen van de overheid het uitgangspunt. Daar bovenop krijgen de leerlingen de mogelijkheid om zich te verdiepen in de vakken die zij leuk vinden of waar zij goed in zijn. Het doel hiervan is dat kinderen zich breed ontwikkelen en erachter kunnen komen wat hun talenten en interessen zijn.

De volgende ateliers worden aangeboden:

*Wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde, actualiteiten, wereldgodsdiensten)

* Biologie (Natuur, mens)

*Techniek (constructie, ICT, natuurkunde, scheikunde)

*Expressie (muziek, theater, kunst en kunstgeschiedenis)

*Communicatie (filosofie, leren dialogiseren, presentatietechnieken)

*Koken

*Sport

 

Passend Onderwijs meer- en hoogbegaafde leerlingen in groep 1-2-(3), (3)-4-5, 6-7-8

De Viersprong heeft in haar visie omschreven dat zij hoogwaardig kwalitatief onderwijs biedt. Kinderen met begaafdheidskenmerken hebben andere onderwijsbehoeften. De leerkracht besteedt veel tijd in de groep aan de instructie en nog meer tijd aan leerlingen met een verlengde instructie. Kinderen die een verkorte instructie genieten moeten lange tijd zichzelf vermaken. Dat vinden wij geen hoogwaardig kwalitatief onderwijs voor deze doelgroep. Om deze reden is er een talentgroep 5 t/m 8 geformeerd. Het proces 'Leren leren' staat hierbij centraal.

In het schooljaar 2015-2016 werken de (hoog)begaafde leerlingen groepen 1-2 met pedagogiek stagiaires buiten of binnen de groep.  Groep (3) tot en met 5 werkt ook in talentgroepen. De groepen 6 t/m 8 werken twee ochtenden per week in deze groep met verrijkingswerk en we streven naar een extra ochtend om de compacte lesstof door te nemen en de coachingsgesprekken met de kinderen te voeren (portfolio).

Leerkracht: Dorothé van 't Hoff en ALPO LIO stagiaires (deze studenten studeren zowel op de universiteit als op de PABO)


Wanneer werken we in deze groepen?
We starten de tweede week van het schooljaar met de kinderen van afgelopen schooljaar en met een proeftijd voor de nieuwe instromers.

Tijdens de cito-weken komen de kinderen alleen na de pauze.
De kinderen uit groep 8 komen de laatste weken van  het schooljaar niet meer i.v.m. de afscheidsactiviteiten in groep 8.

Hoe werken we?
De leerlingen maken het compacte werk van de hele week in de klas op dinsdag, woensdag en donderdag. Dit doen ze tijdens de gewone reken/taaltijd. In principe moeten dus evenveel tijd kunnen werken aan alle vakken als de andere kinderen.
Bij rekenen en taal werken de kinderen met routeboekjes. Voor spelling zijn er opdrachtkaarten beschikbaar. Hierdoor doen de kinderen de instructie van de lessen in de groep mee en is de kans op hiaten kleiner. Bovendien houdt de klassenleerkracht zicht op de leerontwikkeling en kan gericht hiaten en vragen van kinderen doorsluizen naar de talentgroep. Daar worden deze stof  behandeld.

In deze groepen juist aandacht voor de verrijkingsstof in brede zin.

We gaan ons meer richten op het proces (leren leren) en niet zozeer op het product.

Het onderzoekend leren krijgt veel aandacht binnen de groep.

Coachinggesprekken met individuele kinderen.

We huren hulp in via Trudie van Megen (expertise vanuit het Leonardo onderwijs).


Kinderen

We gaan door met de kinderen van het afgelopen schooljaar en geven nieuwe instromers een proeftijd om te bekijken of ze op de juiste leerplek zitten.


Ruimte

ICT lokaal

De leerlingen krijgen vaste plaatsen en vaste computerplaatsen.

De stoplichtregels zijn van toepassing.

De pauzes brengen de kinderen door in de eigen groep.


**Klassenwerk is een top-down-instructie over een bepaald onderwerp. De keuze van het onderwerp hangt af van waar de hiaten bij de leerlingen zitten. De leerkrachten van de klas geven aan waar de hiaten in het basiswerk zitten.  Dit onderwerp gaan we klassikaal behandelen.  Een onderwerp zal een aantal keren achter elkaar aan bod komen. Een voorbeeld van een onderwerp is rekenen met breuken. De kinderen krijgen daarbij verwerkingsbladen op hun eigen niveau.

***Modulenwerk is klassiskaal onderwezen verrijkings/verbredings/verdiepingsstof aangeboden over enkele weken tijd.


Voorbeelden van modules


Begaafdheidskenmerken

Het is moeilijk om te spreken over dé eigenschappen van (hoog)begaafde leerlingen, omdat ook deze kinderen uniek zijn. Hun eigenschappen kunnen onderling erg verschillen en soms zelfs tegenovergesteld zijn. Zo is bijvoorbeeld de ene (hoog)begaafde leerling op sociaal gebied erg sterk, terwijl een andere (hoog)begaafde leerling juist erg op zichzelf is gericht. De ene (hoog)begaafde leerling toont zicht bijvoorbeeld erg leergierig, terwijl een andere (hoog)begaafde leerling door een inadequaat onderwijsaanbod het plezier in leren misschien verloren heeft en dit niet (meer) laat zien.

Hieronder staat een overzicht van veel voorkomende eigenschappen, zoals die in de literatuur genoemd worden. Een (hoog)begaafde leerling hoeft niet alle eigenschappen in onderstaand overzicht te bezitten. Het omgekeerde is ook het geval: als iemand één of meerdere van deze gedragsaspecten vertoont, hoeft dit niet automatisch te betekenen dat hij/zij (hoog)begaafd is.

Het is van belang de eigenschappen op het niveau van een individuele leerling in samenhang met elkaar te bekijken. De profielen van Betts & Neihart bieden hiervoor bruikbare aanknopingspunten.

Kenmerken van (hoog)begaafde leerlingen

Hoge intelligentie (Hoog)begaafde leerlingen beschikken over hoge intellectuele capaciteiten. Een hoge score op een intelligentietest (IQ > 130) of hoge prestaties op andere test is hiervan een indicatie.
Vroege ontwikkeling (Hoog)begaafde leerlingen zijn geestelijk vroegrijp en worden gekenmerkt door een ontwikkelingsvoorsprong. Zij kunnen meestal op vroege leeftijd al lezen, praten, schrijven en hebben een vroege ontwikkeling van getalbegrip. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk leerstof uit hogere leerjaren eigen maken. Ook stellen zij op jonge leeftijd al levensbeschouwelijke vragen en denken zij al vroeg na over de zin van het leven.
Uitblinken op één of meerdere gebieden Een bijzondere begaafdheid kan tot uitdrukking komen in motorische, sociale, artistieke en intellectuele vaardigheden. Vaak treden deze begaafdheidsvormen gecombineerd op en blinken (hoog)begaafde leerlingen uit in meerdere gebieden, zoals bijvoorbeeld in taal en wiskunde. (Hoog)begaafde leerlingen hebben op taalgebied een grote woordenschat en vertonen een zeer goed en adequaat woordgebruik.
Gemakkelijk kunnen leren (Hoog)begaafde leerlingen hebben over het algemeen een zeer goed geheugen en kunnen hierdoor goed informatie onthouden en verwerken. Zij begrijpen nieuwe leerstof dan ook aanzienlijk sneller dan gemiddelde leerlingen en zijn daardoor sneller klaar met opdrachten en huiswerk. Hierdoor hebben zij vaak een leertempo dat beduidend hoger is dan het tempo van de gemiddelde leerling.
Goed leggen van (causale) verbanden (Hoog)begaafde leerlingen kunnen gemakkelijk (causale) verbanden leggen en hebben hierover een goed overzicht.
Het makkelijk kunnen analyseren van problemen (Hoog)begaafde leerlingen zijn snelle probleemanalyseerders. Zij kunnen snel vaststellen wat de aard van een probleem is. Daarnaast zijn (hoog)begaafde leerlingen vaak vindingrijk in het ontwikkelen van eigen oplossingsmethoden. Dit kan soms problemen opleveren als zij zich een verkeerde oplossingsmethode hebben aangeleerd, omdat zij deze methode moeilijk weer los kunnen laten.
Het maken van grote denk-sprongen Een (hoog)begaafde leerling maakt grotere leerstappen en heeft daarom minder tijd nodig.
Voorkeur voor abstractie (Hoog)begaafde leerlingen kunnen goed abstract denken. Zij generaliseren gemakkelijker dan hun andere klasgenoten en hebben een goed overzicht van de kennisgehelen. Zij hebben geen behoefte aan concretisering van de lesstof door het gebruik van voorbeelden.
Hoge mate van zelfstandigheid (Hoog)begaafde leerlingen willen liever niet geholpen worden en geven de voorkeur aan zelfstandig werken. Bij het werken in groepsverband vertoont de (hoog)begaafde leerling veel initiatief en neemt hij/zij vaak de leiding. Bovendien wil de leerling dingen graag op zijn/haar eigen wijze doen, zoals het zelf bedenken van een methode voor het uitrekenen van sommen.
Brede of juist specifieke interesse / hoge motivatie / veel energie Het is belangrijk dat het onderwerp van de opdracht de leerling interesseert. Bij (hoog)begaafde leerlingen is namelijk het kunnen een voorwaarde, maar het willen van even groot belang. Als het onderwerp aansluit bij de interesse van de leerling, dan is motivatie verzekerd. Er is aangetoond dat talent pas doorzet als de leerlingen plezier beleven aan de (leer)activiteiten. Een kenmerk van (hoog)begaafde leerlingen is dat zij zeer leergierig zijn. Als een onderwerp de leerling interesseert dan pluist hij het onderwerp vaak tot op de bodem uit. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als een (hoog)begaafde leerling geen interesse heeft voor een bepaald onderwerp, dan kan hij moeilijk de motivatie opbrengen om zich erin te verdiepen.

Creatief/origineel

In de opdrachten laten (hoog)begaafde leerlingen vaak zien dat zij originele en creatieve ideeën en/of oplossingen hebben. Zij maken onverwachte zijsprongen en hebben grote verbeeldingskracht.
Perfectionistisch (Hoog)begaafde leerlingen zijn perfectionistisch

Onderpresteerders

(Hoog)begaafde leerlingen beschikken over de potentie om hoge prestaties te leveren. Toch komt dit niet altijd tot uiting. Kennis van mogelijke kenmerken van (hoog)begaafde onderpresteerders is daarom van belang ten behoeve van de signalering van deze leerlingen.

Wetende dat (hoog)begaafde leerlingen goed en snel kunnen leren, verwacht je eigenlijk dat er op school weinig tot geen problemen zullen optreden. Dat geldt echter niet voor alle (hoog-)begaafde leerlingen. Omdat zij in het huidige onderwijs vaak niet op niveau worden aangespro-ken, lopen ze een groot risico om gedemotiveerd te raken, met gedragsproblemen en onderpresteren als gevolg (Doornekamp, Drent en Bronkhorst, 1999). Het is dan ook belangrijk deze leerlingen zo snel mogelijk te signaleren, zodat deze problemen zoveel mogelijk voorkomen en opgelost kunnen worden.

Door verschillende auteurs zijn kenmerken van deze zogenaamde (hoog)begaafde onderpresteerders beschreven. Deze eigenschappen zijn geclusterd en op een rij gezet. Een overzicht van deze eigenschappen, de manier waarop ze zijn geclusterd en de bronnen van waaruit de vermelde eigenschappen zijn beschreven vindt u hieronder beschreven.

Kenmerken van (hoog)begaafde onderpresteerders

Grote en uitzonderlijke kennis Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak kennis die nog niet in de groep is behandeld en een grote algemene ontwikkeling.
Grote interesse Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben op veel gebieden belangstelling en ze houden ervan om dingen te onderzoeken, bijvoorbeeld door in hun vrije tijd veel te lezen of op een andere manier informatie te verzamelen. Als een onderwerp (dat vaak wat moeilijker is) hun interesse heeft, begrijpen en onthouden ze veel.
Wisselend schoolwerk (bekijken in relatie tot kenmerk 7) Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen laten vaak wisselend schoolwerk zien: afnemende prestaties (zie kenmerk 7) maar bij ingewikkelde vragen juist wel het goede antwoord weten, mondeling beter presteren dan schriftelijk en beter uit de verf komen bij individueel onderwijs op maat dan bij het regulier groepsonderwijs.
Positief thuiswerk Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen werken thuis vaak verder aan zelfgekozen schoolprojecten en ontwikkelen thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten.
Grote verbeelding Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een levendige, grote verbeelding en zijn creatief.
Hoge mate van sensitiviteit Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen geven vaak blijk van een enorme sensitiviteit: ten opzichte van zichzelf, maar ook van anderen.
Afnemende schoolprestaties (bekijken in relatie tot kenmerk 3) Opvallend is dat de schoolprestaties van onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen afnemen; ze presteren (vooral in schriftelijk werk) beneden niveau, in elk geval beneden hun eigen niveau, maar soms zelf ook beneden groepsniveau. Vaak schrijven ze slordig, houden ze niet van instampen en inprenten, missen ze leerinhouden en instructiemomenten en zijn ze slechts selectief enthousiast: wel voor nieuwe onderwerpen, niet voor uitwerkingen.
Negatief gedrag In de klas vertonen onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen vaak negatief gedrag; ze zijn lastig en onaangepast, vragen steeds om aandacht, vervelen zich, dromen weg en wijzen pogingen van de leraar om zich aan de groepsnormen te conformeren, af.
Haperende sociaal-emotionele ontwikkeling Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak ontevreden over zichzelf en de verrichte werkzaamheden, vermijden nieuwe activiteiten uit angst voor mislukking, hebben minderwaardigheidsgevoelens, zijn wantrouwend of onverschillig en doen niet graag mee aan groepsactiviteiten, zijn minder populair bij leeftijds-genootjes en zoeken vriendjes onder gelijkgestemden.
Geringe taakgerichtheid Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak weinig taakgericht. Ze hebben een laag werktempo, hebben hun huiswerk vaak niet af, stellen zichzelf onrealistische doelen, zijn snel afgeleid, vergeetachtig en/of impulsief, hebben geen duidelijk leertraject voor ogen, hebben een korte spanningsboog, voelen zich hulpeloos, willen niet geholpen worden en willen zelfstandig zijn.
Negatieve houding Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een wisselende motivatie, hebben een hekel aan routine, verzetten zich tegen autoriteit, nemen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen daden en staan onverschillig of afwijzend tegenover de school.

Intelligentiegebieden

Verbaal-Linguïstische intelligentie

Verbaal-Linguïstische intelligentiehieronder vallen taal zoals poëzie, spelling, lezen, verhalen, enzovoorts;

 

Logisch-Mathematische intelligentie

Logisch-Mathematische intelligentiehieronder vallen het logisch denken, cijfers, experimenteren en rekenvaardigheden;

 

Visueel-Ruimtelijke intelligentie

Visueel-Ruimtelijke intelligentiezoals tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven;

 

Muzikaal-Ritmische intelligentie

Muzikaal-Ritmische intelligentiewaaronder muziek luisteren, maken, componeren, herkennen;

 

Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie

Lichamelijk-Kinesthetische intelligentieHierbij zijn lichamelijke inspanning, knutselen, toneel en dans van toepassing;

 

Naturalistische intelligentie

Naturalistische intelligentiewaarbij dieren, planten, verzamelen, ordenen en natuurverschijnselen op de voorgrond treden;

 

Interpersoonlijke intelligentie

Interpersoonlijke intelligentieoftewel het zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven;

 

Intrapersoonlijke intelligentie

Intrapersoonlijke intelligentiewelke herkend wordt aan eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën.